Zes vertellingen / Zes verhalen

Auteur: Edgar Allan Poe
Vertaling: J.F. Ankersmit
Houtsneden: D. van Luyn
Uitgeverij: Wereldbibliotheek, Amsterdam/Antwerpen
Jaar van uitgave: 1950
Druk: 3e
ISBN: geen
Genre: Verhalenbundel
Omvang: 88 pagina’s
Bindwijze: Gebonden met stofomslag
Afmetingen: 126 x 187 x 5 mm
Gewicht: 115 gram

Flaptekst:
Edgar Allen Poe is de meester geweest van het griezelverhaal. Hij was naar zijn wezen een verfijnd aestheet en heeft zelfs gemeend, dat hij door gruwelverhalen te schrijven een concessie deed aan het publiek. Het is daarmee evenwel net als met de stukken van Shakespeare, die door voor de galerij te schrijven zichzelf als het ware dwong om tot afgeronde resultaten te komen. Een van de vooronderstellingen van het genie is nu eenmaal de virtuositeit en deze virtuositeit kan slechts ten goede komen aan zijn werk.
Ook moet men het huiveringwekkende en het angstaanjagende vooral niet verwarren met het goedkope. Het gebied van het onbehagelijke is raadselachtiger en dieper dan het gebied van het behagelijke en het heeft zeker evenveel recht om in de literatuur geëxploreerd te worden. Poe heeft dit gedaan en hij heeft ons in zijn gruwelverhalen literatuur geschonken van de hoogste orde. Hoewel hijzelf in het horribele maar een enkele voorloper had, heeft hij de halve wereldliteratuur na hem beïnvloedt. De structuur en de sfeer van zijn vertellingen is dan ook ongeëvenaard.

Inhoud:
De ondergang van het huis Usher
Handschrift in een fles gevonden
Het mom van de rode dood
De waarheid inzake M. Valdemar
De duivel in de klokketoren
Berenice

Annotatie 1: Zowel op het omslag als het titelblad staat abusievelijk de auteursnaam ‘Allen’. Boven aan de flap daarentegen is ‘Allan’ wel juist geschreven.
Annotatie 2: De boektitel (Zes vertellingen) verschilt van die op het stofomslag (Zes verhalen).
Annotatie 3: De eerste druk van deze bundel verscheen in 1910, uitgegeven in de Wereldbibliotheek van de Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur te Amsterdam. De eerste vier verhalen die in de derde en vierde druk van 1950 en 1951 werden weggelaten, zijn: ‘Het ovale portret’, ‘Ligeia’, ‘De put en de slinger’ en ‘De zwarte kater’. De titel van de uitgave werd veranderd in Zes vertellingen.

            Zonder stofomslag