Inspirators

Eugène François Vidocq (1775-1857)

Crimineel die later zelf de Sûreté, de Franse politie, oprichtte. Publiceerde in 1828 de zogenaamde ‘Mémoires de Vidocq’ met een naar hemzelf vernoemde chef van de Sûreté als protagonist. Poe zou mogelijk nooit het leven hebben geschonken aan detective C. Auguste Dupin, die zijn opwachting maakte in ‘The Murders in the Rue Morgue’ (1841), als hij de Mémoires niet had gelezen. Maar toch, Poe had aan Vidocq slechts de inspiratie te danken die zijn fantasie aan het werk zette.

Daniel Defoe (1660-1731)

Schrijver, journalist en spion die beschouwd wordt als de grondlegger van de Engelse roman. Zijn bekendste werk is ‘Robinson Crusoe’ (1719). Poe las dit boek, genoot ervan en prees het. Met ‘The Narrative of Arthur Gordon Pym of Nantucket’ probeerde hij een gelijkwaardige prestatie neer te zetten. Een leuke bijkomstigheid is dat zowel Poe als Defoe in Stoke Newington (destijds even buiten Londen) hebben gewoond.

Ernst Theodor Wilhelm Hoffmann (1776-1822)

Duitse auteur, componist, dirigent, jurist en tekenaar. Hij was een voortrekker van het genre fantasy die graag het macabere met het realisme combineerde, iets waar onder meer Poe zich door liet inspireren. Er wordt aangenomen dat met name de extravagant getinte verhalen van Poe zijn beïnvloed door Hoffmann. Hoffmanns verhaal ‘Das Fräulein van Scuderi’ wordt soms gezien als het eerste detectiveverhaal en zou Poe hebben geïnspireerd ‘The Murders in the Rue Morgue’ te schrijven.

Johannes Kepler (1571-1630)

Duitse astronoom, astroloog, wis- en natuurkundige. Dat Poe een bewonderaar was van Kepler kunnen we opmaken uit zijn uitvoerige essay ‘Eureka’. Voor Poe waren Keplers wetten hét bewijs van de superioriteit van de menselijke intuïtie over het rationele verstand. In de tijd vóór Kepler bestond er namelijk nog niets waaruit hij het principe van zijn wetten had kunnen afleiden. Poe stelde daarom dat Kepler zijn wetten giste, ze met zijn ziel omvatte.

Jeremiah N. Reynolds (1799-1858)

Amerikaanse redacteur, auteur, ontdekkingsreiziger en zuidpoolvorser. Poe raakte gefascineerd door de moed die Reynolds toonde bij het trotseren van de overweldigende Zuidpool. Net als de dood en het graf had deze een ontzettende aantrekkingskracht op hem. Reynolds imposante poolreis alsook diens lezingen over de mogelijkheid dat de aarde hol is, liggen aan de basis van Poe’s feuilleton/roman ‘The Narrative of Arthur Gordon Pym of Nantucket’. Toen Poe op zijn sterfbed lag, riep hij meermaals de naam Reynolds, en hoewel het redelijk voor de hand ligt dat hij hiermee Jeremiah N. Reynolds bedoelde, is dit nooit bewezen.

Samuel Tayler Coleridge (1772-1834)

Engelse literatuurcriticus, dichter en denker. Poe bestudeerde in zijn cadetten-tijd Coleridge. Hij ontleende zijn theorie over de esthetica van de poëzie aan Coleridge. Diens meditatieve vers ‘The Rime of the Ancient Mariner’ was voor Poe een bron van inspiratie bij het schrijven van ‘The Narrative of Arthur Gordon Pym of Nantucket’. Om het publiek nog wat meer tegemoet te komen, voegde Poe er de nodige realistische zee-avonturen aan toe. Hij hoopte zelfs de Coleridge van de Amerikaanse letteren te worden met behulp van zijn Marginalia (notities in de kantlijn).

Lord Byron (1788-1824)

Engels romantisch schrijver en dichter. Het werk van Byron wist Poe al op heel jonge leeftijd te bekoren, zelfs dusdanig dat hij gedurende de rest van zijn leven de neiging had een Byron-achtige houding aan te nemen en als een Byron-nazaat werd beschouwd. Poe’s vroege gedichten ademden tot op zekere hoogte Byron uit, en Ada, de heldin in het gedicht ‘Tamerlane’, is waarschijnlijk naar Byrons dochter vernoemd. Naarmate Poe ouder werd, zag hij steeds minder het nut in van erg lange gedichten en distantieerde hij zich lichtelijk van Byron en andere collega-dichters.

Percy Bysshe Shelley (1792-1822)

Engelse dichter uit het romantiek-tijdperk en goede vriend van Lord Byron. Net als Poe had Shelley een naar verleden (meerdere familieleden pleegden zelfmoord), wat zich uitte in zijn teksten. Poe deed voor zijn eerste gedichten inspiratie op uit Shelleys ideeën en poëzie, en was het meest onder de indruk van diens gedicht ‘The Sensitive Plant’.

Mary Shelley (1797-1851)

Engels schrijfster en tweede vrouw van Percy Bysshe Shelley. Er bestaat nog altijd discussie over in hoeverre Mary Shelley een inspirator was voor Poe. Vrijwel zeker is dat Shelleys gothic novel ‘Frankenstein’ (1818) niet onopgemerkt is gebleven bij Poe en dat er opvallend veel overeenkomsten waren tussen de twee schrijvers. Beiden schreven angstwekkende verhalen, gingen gebukt onder een manisch-depressieve stoornis, en zochten troost bij alcohol en (al is bij Poe enige nuance op zijn plaats) drugs. 

John Keats (1795-1821)

Engelse dichter uit de periode van de romantiek. Keats’ levendige beeldspraak beïnvloedde Poe. Zowel Keats als Poe was van mening dat liefde fnuikend kan zijn. De desastreuze gevolgen van een vrouw die overlijdt of haar man verlaat, zien we onder andere terug in het vergelijkbare ‘Annabel Lee’ van Poe en ‘La Belle Dames sans Merci’ van Keats. Ook in Poe’s gedicht ‘To Science’ zien we duidelijk de invloed van keats terug. En tussen Poe’s gedicht ‘Evening Star’ en Keats’ ‘gedicht ‘Bright Star’ bestaat eveneens de nodige overeenkomst.

Thomas De Quincey (1785-1859)

Engelse essayist, vooral bekend van zijn autobiografisch verhaal ‘Confessions of an English Opium-Eater’. De invloed van De Quincey treffen we bijvoorbeeld aan in Poe’s verhalen ‘The Island of the Fay’ en ‘The Fall of the House of Usher’, en in het gedicht ‘Dreamland’. In het verhaal ‘How to Write a Blackwood Article’ prijst Mr. Blackwood ‘Confessions of an English Opium-Eater’ uitvoerig.

                                   Eugène François Vidocq

                             Ernst Theodor Wilhelm Hoffmann

                                         Johannes Kepler

                                     Percy Bysshe Shelley

                                            Mary Shelley

                                                John Keats